31-01-06

oeroude dolfijnen

Oeroude dolfijnen gevonden in Nederland

Twee verzamelaars hebben in Nederlands Brabant onafhankelijk van elkaar oeroude en zeer zeldzame resten van dolfijnen gevonden. Het gaat om de snuit van een spitssnuitdolfijn en een schedeltje van een kortsnuitdolfijn. De vondsten wijzen er op dat de Noordzee vijf tot tien miljoen jaar geleden veel warmer was dan nu, aldus een geoloog van het Oertijdmuseum in Boxtel.

Een Wageningse bioloog vond de snuit van de spitssnuitdolfijn eind vorig jaar tijdens een duik in een recreatieplas nabij Mill. Hij dacht dat het ging om een walvisbot, maar een zeezoogdierdeskundige stelde onlangs vast wat het echt is. Mogelijk gaat het zelfs om een totaal nieuwe dolfijnsoort.

Oudste vondst ter wereld
Een Limburgse verzamelaar vond enkele weken eerder een schedeltje van een kortsnuitdolfijn tussen het zand. Het schedeltje behoorde vijf tot tien miljoen jaar geleden toe aan een dolfijn die nauw verwant is aan de rivierdolfijn uit het Amazonegebied in Zuid-Amerika. De vondst blijkt de oudste ter wereld en de meest complete ooit gedaan in Nederland.

Het is volgens het Oertijdmuseum voor het eerst sinds 1930 dat in Nederland resten van dolfijnen zijn gevonden. De dolfijnen hebben geleefd in het plioceen of het mioceen. In die tijd lag Nederland voor driekwart onder water en was Eindhoven nog een kustplaats. De temperatuur van het zeewater moet mediterraan zijn geweest.

Zand van de toenmalige zeebodem is opgezogen voor de aanleg van de nieuwe snelweg A50 (Eindhoven-Oss). Verzamelaars troffen tussen het zand nog veel meer resten van het fossiele zeeleven aan. Het gaat om slakken, schelpen, haaien, vogels, zeehonden en walvissen.

12:58 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-01-06

visarend

 

Visarend

21:19 Gepost door human | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Pelsrob

 

Pelsrob

15:49 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-01-06

Foto van de avond

 

Zebra

21:36 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Grijze zeehond

Grijze zeehond
ORDE:
Zeeroofdieren

FAMILIE:
Zeehondachtigen

GESLACHT & SOORT
Halichoerus grypus

De zware grijze zeehonden zijn met hun lengte tot 3,5 meter, hun gewicht tot 315 kilo en hun dikke speklaag perfect toegerust om te overleven in ijskoud water waarin een mens al binnen een paar seconden zou bevriezen.

Met hun grote ogen en zachte vel bieden grijze zeehonden een mooi plaatje langs eenzame kusten. De grijze zeehond onderscheidt zich van de gewone zeehond door zijn 'Romeinse' neus. Dankzij zijn gestroomlijnde lichaam en de krachtige zwempoten is hij een uitstekende zwemmer.
Voedsel en jachtgewoonten
Zeehonden spelen wat hun voedingsgewoonten betreft in op het aanbod van vis in hun leefomgeving. Dankzij hun grote ogen met het relatief platte hoornvlies kunnen ze zelfs in troebel water goed zien. Hun gehoor en reukzin zijn voor de jacht echter veel belangrijker, en zelfs blinde zeehonden kunnen moeiteloos voldoende voedsel vinden.

Zeehonden hebben geen uitwendige oren, maar wel een uiterst gevoelig inwendig gehoor dat hen bij het vangen van vis helpt. Het oorgat kan bij het duiken gesloten worden, zodat er geen water binnenkomt. Waarschijnlijk gebruiken ze bij het jagen een zelfde soort echo-peilingssysteem als dolfijnen.

De uiterst gevoelige bek en de baardharen bemerken elke beweging in het water die de vluchtende prooidieren maken, als de zeehond ze achtervolgt.

Zodra hij een vis ontdekt, zet de zeehond de achtervolging in en vangt zijn buit door behendigheid en snelheid. Aangezien het bloed van een zeehond een hoog gehalte aan haemoglobine bevat (de rode kleurstof die de zuurstof in het lichaam verdeelt), kan het dier tot 20 minuten ononderbroken onder water blijven.

Voortplanting
De paartijd van grijze zeehonden ligt tussen september en december. De vrouwtjes komen voor de geboorte aan land. Aangezien de paring korte tijd na het werpen van de jongen plaatsvindt, zijn er rond de tijd van de geboorte ook bullen in de buurt die alvast een territorium afzetten.

Het vrouwtje baart een jong dat 14 tot 17 dagen gezoogd wordt. De stranden zijn in de regel overvol met zeehonden, zodat de moeder haar jong tegen dood drukken moet beschermen. De zeehonden baby's komen ter wereld met een beigewit vel dat na drie weken geleidelijk aan vervangen wordt door een grijs jeugdkleed. Ongeveer in die periode is de moeder weer bronstig en verliest ze haar belangstelling voor het jong.
Oudere, ervaren bullen beheersen de stranden en weten de meeste vrouwtjes te veroveren. Zeehonden kennen geen paarvorming; de bullen paren achter elkaar met de vrouwtjes op hun strandgedeelte.
Na de paring verlaat het vrouwtje het 'huwelijksstrand' om op zoek te gaan naar voedsel. De jongen worden achtergelaten en moeten voor zichzelf zorgen. De honger drijft hen uiteindelijk ook de zee in.

De zeehond en de mens
Zeehonden worden door mensen al duizenden jaren bejaagd. Hun vel werd gebruikt voor kleding, hun vet voor lampolie. Voor dorpen aan de kust was hun vlees het hoofdbestanddeel van de voeding.

Het doodslaan van jonge zeehonden om witte of beige pelsen voor de mode-industrie te verkrijgen, is een recentere bedreiging voor de zeehonden. Dankzij acties van natuurbeschermers, heeft zeehondenbont echter veel van zijn aantrekkelijkheid verloren.

Toch worden grijze zeehonden niet overal met veel enthousiasme begroet. Vissers beklagen zich erover dat ze enorme hoeveelheden zalm en kabeljauw verschalken, maar wetenschappers spreken dit tegen. Volgens hun onderzoekingen vormen grijze zeehonden geen serieuze bedreiging voor deze visbestanden.

In 1988 werden een aantal grijze zeehonden ziek door het virus dat ook andere zeehonden in grote aantallen had geveld.

Veldwaarnemingen
Grijze zeehonden brengen het grootste deel van hun leven door met het jagen op zee, waar men de dieren slechts af en toe met de kop boven water ziet komen. Aan land, waar ze uitrusten of hun vacht laten drogen, leven ze in groepen. Zeehonden gaan ook aan land om te paren en de jongen groot te brengen.
De meeste grijze zeehonden kiezen als rustplaats vaak rotsige eilandjes uit. Ze zijn slechts vanuit een boot te bekijken. Soms ziet men ze ook wel op zandstranden. Grijze zeehonden zijn bijzonder talrijk in het noordelijk deel van Schotland, op de Shetland Eilanden, de Hebriden en de Faeroer. Ze zijn van de gewone zeehond te onderscheiden door hun 'Romeinse' neus.

In Midden-Europa ziet men deze zeehonden wel aan de Oostzeekust in het oostelijk deel van Duitsland en Polen.
Korte feitjes
· De Latijnse naam voor grijze zeehond is afgeleid van het Grieks, en betekent zo veel als 'klein zeezwijn".

· Keltische legenden vertellen van een soort zeemeerminnen met een zeehondenstaart die luid huilend om hun kinderen treuren, of proberen om mannen te verleiden en in het verderf te storten.

· Wetenschappers kunnen de leeftijd van een dode zeehond schatten door het aantal ringen aan de wortel van hun hoektanden te tellen, net zoals men de ouderdom van een boom kan bepalen door de ringen in de stam te tellen.

· Grijze zeehonden lijken nogal eens te 'huilen' omdat ze in tegenstelling tot de mens geen traanklieren hebben die de vochtigheid van hun ogen controleren.

- - -

AFMETINGEN
Lengte: bul tot 3,5 m, vrouwtje tot 2,5 m
Gewicht: bul tot 315 kg, vrouwtje tot 200 kg

VOORTPLANTING
Geslachtsrijp: bul met 6-10 jaar, vrouwtje met 5-6 jaar
Paartijd: tussen september en maart, afhankelijk van de geografische verspreiding
Draagtijd: 1 jaar
Aantal jongen: 1

LEEFWIJZE
Gedrag: solitaire jager in zee, leeft op het land in groepen
Geluid: diep gehuil
Voedsel: vissen en enige soorten ongewervelde dieren
Levensverwachting: meer dan 40 jaar

VERWANTE SOORTEN
Hij komt in drie gescheiden populaties voor: in het noordwesten van de Atlantische Oceaan, in het Oostzeegebied en aan de Atlantische kust van West- en Noord-Europa.

Verspreiding van de grijze zeehond

VERSPREIDING
Zuid-Groenland, oostkust van Canada, Britse eilanden, Oostzeekust en langs Noord-Europa.

SOORTBESCHERMING
Het totale Europese bestand werd in 1982 op 45.000 exemplaren geschat. De zeehondenjacht werd verboden tijdens een virusbesmetting waaraan duizenden zeehonden in 1988 ten prooi vielen. De grijze zeehond valt nu in de meeste landen van Europa onder de beschermde soorten.

18:19 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Kamchatka beer

Kamchatka beer rechtopstaand

 

Kamchatka beer

12:57 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-01-06

Foto van de avond

 

Green Mamba

22:32 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Leeuwen

de koning der dieren

De koning van het dierenrijk

Wie aan leeuwen denkt, denkt aan Afrika. Leeuwen leven op de savanne; de wijde grasvlakten waar zebra's, gnoes en giraffen grazen. Maar ook in India komen leeuwen voor, zij het alleeen nog maar in één bepaald gebied. Daar zijn ze bedreigd omdat veel van hun leefgebied tot weiland wordt gemaakt voor het vee. Vroeger kwam de leeuw tot in Europa voor. De leeuwenvacht is zandkleurig. Alleen de toppen van de oren én de staartpunt zijn zwart. Op de tijger na, is hij de grootste kat die bestaat. Een volwassen man wordt meer dan twee en een halve meter lang en kan 200 kilo wegen. Hij wordt niet voor niets de koning der dieren genoemd.

De leider van een harem


Van alle katachtigen is de leeuw de enige die in groepen leeft. Het mannetje is de leider van een harem; een groepje leeuwinnen met hun jongen. Dankzij de manen op hoofd, nek en schouders is hij gemakkelijk als baas te herkennen. Hij moet het territorium verdedigen. Een territorium is een stuk land waar dieren leven. Ze bepalen zelf de grenzen. De leeuw plast tegen bomen om soortgenoten te laten weten dat het zijn territorium is. Soms brult hij om iedereen te laten horen dat hij aanwezig is. Indringers worden verjaagd. Soms komen groepen leeuwen voor een poosje samen. Als iedereen zich aan de regels houdt, krijgen ze geen ruzie.

De sterkste op de troon


Jonge mannetjes hebben geen harem. Ze leven vaak alleen of in mannengroepjes bij elkaar. Als ze groot en sterk genoeg zijn, dagen ze de leeuwen die wél een harem hebben, uit. Meestal verliezen ze. Maar is de haremhouder oud of ziek, dan wordt hij zonder pardon van de troon gestoten. De vrouwtjes willen graag een sterke man. Zij zullen de nieuwe baas daarom altijd accepteren. De nieuwe leider wil graag de echte vader van de jongen zijn. Daarom bijt hij de welpen in de groep soms dood. De vrouwtjes willen na een tijdje weer paren. De leeuw is er dan van verzekerd dat hij de vader is van de welpen die geboren worden.

Samen op jacht


Leeuwen liggen graag te luieren in de schaduw. Ze houden niet van water en klimmen zelden in een boom. Als ze honger hebben gaan de leeuwinnen op jacht. Ze eten zebra's, gnoes en antilopen, maar ook wel eens een jonge giraf of een wilde buffel. Ze jagen vaak in een groep. Twee of drie leeuwinnen verstoppen zich in het gras en een andere leeuwin sprint op de prooi af. De vluchtende dieren worden gegrepen door de leeuwinnen die plotseling uit hun schuilplaats tevoorschijn komen. De prooi wordt bij de nek gegrepen, en stikt. Het is nog een hele klus om een prooi te pakken te krijgen. Soms moeten de leeuwinnen een fiks gevecht leveren voordat ze aan de maaltijd kunnen beginnen.

Eerst de darmen dan het vlees


Als het karwei is geklaard, komt het mannetje van zijn rustplaats. Hij mag als eerste eten. Met de scherpe hoektanden wordt de prooi opengescheurd. De ingewanden zijn favoriet. In de darmen zitten de vitaminerijke grassen die het hoefdier heeft gegeten. Dat is ook voor een leeuw gezond. Als de leeuw zijn portie heeft gehad, zijn de vrouwtjes en de jongen aan de beurt. Ze scheuren het vlees van de botten. Soms eten leeuwen de restjes die door hyena's zijn achtergelaten. In Artis krijgen de leeuwen bijna elke dag een groot stuk runderbot met vlees. Met hun ruwe tong raspen ze het bot helemaal kaal. Als alles op is, likken ze de poten schoon en geven ze hun gezicht een wasbeurt. Net als poezen die gegeten hebben.

De leeuwin

De tong van een leeuwin

Welpen met vlekjes


In de paartijd verlaat het mannetje met één van de vrouwtjes de groep. Dagenlang blijven ze bij elkaar. Ze paren soms wel dertig keer op een dag. Na iets langer dan drie maanden worden de jongen geboren, meestal twee, drie of vier. De leeuwin werpt haar jongen buiten de groep, op een veilige plaats tussen de struiken. De jongen drinken melk. Als de leeuwin op jacht gaat, blijven de welpjes alleen achter. Hyena's en andere roofdieren loeren nog wel eens op zo'n nestje. Het is dus een gevaarlijke tijd voor de welpen. De jongen hebben vlekjes die lijken op de schaduw van de bladeren van het struikgewas. Ze zijn dus goed gecamoufleerd. Als ze ouder worden verdwijnen de vlekken.

Speels als jonge katjes


Zodra de welpen kunnen lopen, gaat de familie terug naar de groep. Soms is er nog een leeuwin met welpen. Want de leeuw paart met alle vrouwtjes uit de groep. Alle leeuwinnen zorgen voor de jongen. Ook de vrouwtjes zonder welpen likken de jongen en beschermen ze. De jongen zijn heel speels. Ze rollen -net als alle jonge katjes- over elkaar heen en laten ook hun vader en moeder niet met rust. Na drie maanden, als ze groot genoeg zijn, mogen ze mee op jacht. Na twee jaar kunnen ze op eigen benen staan. Dan worden ze uit de groep verstoten en moeten ze voor zichzelf zorgen.
jonkies
De jongen hebben vlekjes.

21:12 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

foto van de avond

 

Inri Inri

17:43 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Foto van de dag

 

Albatros

14:41 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Beer

Beer
 

Beren behoren tot de gevaarlijkste dieren die we kennen. Er zijn zeven soorten beren, waarvan de ijsbeer de grootste is. Als hij rechtop staat is hij bijna drie meter lang. Een ijsbeer kan een gewicht van 500 kg halen. De kleinste beer, de Maleise beer, meet ongeveer 1,20 m. Andere beren zijn de grizzlybeer en de lippenbeer. Omdat beren zich hoofdzakelijk met vlees voeden worden ze bij de carnivoren gerekend. Reuzenpanda's, die van bamboe leven, zijn familie van de beren. Zowel beren als panda's kunnen zeer slecht zien maar beschikken dan weer over een zeer sterke reukzin.
Beren hebben grote, brede, krachtige poten die voorzien zijn van scherpe, dikke klauwen. Hiermee grijpen ze een prooi vast, graven ze naar wortels of verdedigen ze zich. Eén klap van een volwassen berenpoot kan een mens doden.

De zwarte beer

We kennen twee soorten zwarte beren: één soort leeft in de Verenigde Staten en één soort in Zuidoost-Azië. De Amerikaanse soort is niet helemaal zwart. Ze kunnen ook wel eens donkerbruin of roodbruin zijn. Het zijn heel goede boomklimmers en ze kunnen heel hard rennen (wel 40 km/u). De Amerikaanse zwarte beren wonen vooral in de nationale parken.

De reuzenpanda

De pandabeer komt voor in Midden- en West-China en eet meestal bamboescheuten. De panda is bekend omdat hij als symbool staat voor het Wereld Natuurfonds dat zich inzet voor bedreigde dieren. Van de panda leven er nog maar een paar honderd exemplaren.

 
 

De gryzzlybeer
De enorme grizzlybeer heeft buiten de mens geen vijanden. We treffen hem aan in het noorden van de Verenigde Staten, in Europa en Azië. We noemen hem ook wel de bruine beer of kodiabeer. Een berin werpt twee of drie jongen in het hol waar zij
overwintert. Grizzlyberen zijn alleseters.

 
    Klik hier om het geluid van een gryzzlybeer te horen.

13:45 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Foto van de morgen

 

Blauwvoet Jan van Gent

07:29 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-01-06

Koala

Koala 
 

Een echte teddybeer

De koalabeer ziet er met zijn zachte, wollige vacht, ronde lijfje en grote dopneus, uit als de perfecte knuffel. Jammer dat hij in wezen een bijzonder kwetsbaar dier is. Koala's voeden zich alleen maar met  het blad van een paar soorten Australische gombomen. Krijgt hij niet meteen de juiste voeding, dan rolt hij zich in elkaar en sterft.

Koala's slapen zo'n 18 uur per dag. Dit komt door de lage voedingswaarde van zijn voedsel wat maar weinig energie oplevert.

De ganse dag soest ie maar wat en pas tegen de avond komt er enige beweging in. Dan knabbelt hij op die olie-achtige bladeren, die hij zo fijn mogelijk kauwt, zodat ze wat gemakkelijker te verteren zijn. Zo kan hij ongeveer een pond bladeren eten. Na zijn maaltijd zoekt hij een gevorkte tak, nestelt zich behaaglijk en dut dan weer in. Op deze wijze ziet zijn doorsnee dag er dus uit.


Leven in de bomen

Om in de bomen te klimmen, beschikt de koala over scherpe, gebogen klauwen. De klauwen zijn op een merkwaardige manier verdeeld: hij heeft niet één duim tegenover vier vingers, maar twee duimen en drie vingers. Beide duimen grijpen de tak vast aan één kant, en de drie vingers omheen de andere kant, waardoor die een enorm sterke grip heeft waardoor belagers de koala niet van de tak krijgen.

Voortplanting

Een koalavrouwtje krijgt één jong per jaar. Net zoals bij andere buideldieren is het zeer klein (2 cm lang) en weegt het slechts 0,5 gram. Aan de voorkant van haar lijf, heeft het wijfje een buidel, waarin het kleintje inkruipt. Hij zuigt zich vast aan de tepel daarbinnen. 

Eén van de raadsels bij koala’s is deze buidel: deze zit namelijk ondersteboven. Logischerwijze zou een buidel echter naar boven gericht zijn om de jongen te beschermen, zeker wanneer je een dier bent, dat veel in bomen klautert. Er wordt aangenomen dat het de sterke, rekbare buidel is, die de jongen tegen moeders buik drukt, waardoor het jong er toch niet kan uitvallen. 

Wanneer het jong acht maanden oud is verlaat het de buidel definitief. Wel blijft het jong bij de moeder in de buurt en maakt het geregeld ritjes op haar rug. Wanneer de jonge koala 1 jaar oud geworden is, laat hij de moeder met rust en leeft verder zijn eigen leven. 

21:43 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Foto van de avond

 

Ringstaart

19:55 Gepost door human | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Kangoeroe

Kangoeroe 
 

Rugzak of buikzak ?

Van oorsprong zijn alle zoogdieren uit Australië
buideldieren. De vrouwtjes hebben een buidel op hun buik waarin de jongen goed beschermd zijn. De kangoeroe is het meest bekend. In groepjes springen deze planteneters over de open vlakten of tussen de bomen van het droge Australische landschap. Op andere werelddelen grazen hoefdieren over de vlakten, maar in Australië is het gras voor de kangoeroe. Als het moet, kunnen ze wekenlang zonder water. In de planten zit voldoende vocht om droge tijden te overbruggen.

Kampioen hoogspringen

Een kangoeroe loopt niet
, hij springt. Als hij zich langzaam voortbeweegt, bijvoorbeeld als hij eet,
zet hij eerst de korte voorpootjes vóór zich op de grond. Daarna zwaait hij met een sprongetje de twee achterpoten tegelijkertijd naar voren. Wil hij snelheid maken, dan doen de voorpoten even niet mee. Dan maakt hij met zijn grote, sterke achterpoten sprongen van wel twee meter hoog en acht meter ver! Hij bereikt een snelheid van 40 kilometer, en op korte stukjes zelfs meer dan 80 km per uur. Met de dikke gespierde staart kan hij sturen en zijn evenwicht bewaren.

Op de grond en in bomen

Van de 50 soorten kangoeroes zijn de rode en de grijze reuzenkangoeroe het grootst. De mannetjes wegen soms 90 kilo en als ze op hun achterpoten staan, zijn ze langer dan een mens. Ook in de bomen leven kangoeroes: de boomkangoeroe. Hij bewoont niet de open vlakten, maar in de dichtbegroeide tropische regenwouden. Daar klimt hij in bomen, om bladeren te eten. Hij heeft sterke voorpoten met klauwen waarmee hij zich goed aan de takken kan vasthouden.

Herkauwers

Omdat het overdag zo heet is, rusten kangoeroes het liefst op schaduwrijke plekken. Ze kunnen niet zweten, dus om af te koelen hijgen ze soms zodat het speeksel uit hun mond verdampt. Dat zie je honden ook vaak doen. Kangoeroes grazen meestal 's nachts. Gras is moeilijk te verteren. Daarom is de maag verdeeld in vier kamers waarvan de sappen op verschillende wijze op het voedsel inwerken. Net als bij koeien en andere herkauwers. Sterker nog, kangoeroes herkauwen ook een beetje. Af en toe komt het ingeslikte voedsel uit de maag weer omhoog. Ze slikken het dan weer direct door.

Vechtersbazen

Kangoeroes hebben weinig vijanden. Kleintjes lopen kans door pythons te worden gegrepen. De grote kunnen in gevecht komen met dingo's: de verwilderde honden van Australië. De kangoeroe probeert de vijand met de voorpoten te grijpen om vervolgens met de achterpoten rake klappen uit te delen. Op die manier vechten mannetjes ook met elkaar. Mensen vormen het grootste gevaar. Zij jagen op de kangoeroe omdat de dieren het gras van de schapen eten. Kangoeroevlees wordt ingeblikt als katten- en hondenvoer. Sommige soorten worden vervolgd vanwege de mooie vacht.

Als een boontje zo klein

Een pasgeboren kangoeroe is als een boontje zo klein. De kleine is kaal en roze, en weegt nauwelijks één gram. Ogen en oren zijn nog niet gevormd, en het staartje is nog maar kort. Alleen de voorpootjes en de neus zijn goed ontwikkeld. Meteen na de geboorte grijpt het beestje met zijn sterke pootjes de vacht van de moeder vast en klautert naar boven, over de buik van zijn moeder. Hij ruikt de geur uit haar buidel. Na een paar minuten is hij bij de opening aangeland, en kruipt hij naar binnen. Van tevoren heeft moeder het pad naar boven en de buidel netjes schoongelikt.


In de buidel is het warm en veilig. De kleine kangoeroe vindt er vier tepels. Aan één daarvan zuigt hij zich vast. Die tepel wordt een stuk groter en voorlopig zal hij hem niet meer loslaten. De melk is waterig. Hij groeit en groeit. De oogjes gaan open en de haren gaan groeien. Hoe groter hij wordt, hoe vetter de melk is die uit moeders tepel komt. Is hij groot genoeg, dan steekt hij soms zijn kopje uit de buidel. Na bijna een jaar komt hij voor het eerst naar buiten. Hij springt naast zijn moeder over de vlakte. Als hij moe is gaat hij weer de buidel in.

18:21 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Brugge roeit everzwijnen uit

Brugge roeit wilde everzwijnen uit

Er komt de volgende weken een nieuwe actie om de wilde everzwijnen in de bossen tussen Brugge en Torhout uit te roeien. Dat heeft provinciegouverneur Paul Breyne aangekondigd tijdens de provincieraadszitting. Wat de nieuwe bestrijdingsmethodes zullen inhouden, wilde de gouverneur niet meedelen.

Schade aan landbouw
In het voorjaar van 2005 doken een tiental everzwijnen op in de bossen van Sint-Andries bij Brugge. Het zou mogelijks gaan om enkele ontsnapte dieren. Omdat de dieren schade aanbrengen aan de landbouwgewassen, werden vorig jaar al enkele bijzondere bestrijdingsmaatregelen toegestaan. Maar die leverden volgens de gouverneur weinig resultaat op.

Momenteel wordt gevreesd dat de wilde everzwijnen zich hebben voortgeplant en dat hun aantal is verdubbeld. Dat zou leiden tot nog grotere schade aan de landbouwgewassen. De landbouw vraagt daarom om maatregelen.

Geheim
Volgens de West-Vlaamse provinciegouverneur heeft een nieuwe coördinatievergadering plaatsgevonden met alle betrokkenen. Het gaat om de afdeling Bos en Groen van de Vlaamse Gemeenschap, de politiediensten, de burgemeesters van de betrokken gemeenten, vertegenwoordigers van de wildbeheerseenheden, enz. Tijdens die vergadering is een nieuwe strategie uitgewerkt om de wilde dieren te bestrijden. De strategie is echter geheim om het succes ervan te waarborgen.

15:51 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Foto van de dag

../image/nijlpaard.jpg

15:02 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Toverhazelaar

Toverhazelaar zet winter in vuur en vlam

Hamamelis vernalis bloeit in januari en februari.
Hamamelis 'Jelena'.
Hamamelis 'Pallida'.
Er zijn maar een handvol bomen die in volle winter bloeien. Eén van de spectaculairste is de toverhazelaar of hamamelis. Oorspronkelijk groeiden deze bomen in Noord-Amerika, China en Japan. Maar de toverhazelaar belandde ook bij ons.


De hamamelis is van nature een trage groeier die evolueert van struik tot boom, zo’n vier meter hoog. In feite is hij geschikt voor elke tuin omwille van zijn naakte bloei. Zware vorst en sneeuw kan de bloei niet deren. De lintvormige bloempjes zitten gekruld aan de takken en ze geuren lichtjes. De meest voorkomende kleur is geel, maar er bestaan ook koperkleurige en zelfs roodpaarse bloemen.

Zonnig en beschut
De toverhazelaar komt het meest tot zijn recht op een zonnige en beschutte standplaats. Vanwege zijn trage groei is de heester geschikt voor kleinere tuinen. Je kan hem zelfs in de voortuin planten als blikvanger. Het enige nadeel is misschien de anonimiteit na de bloei, het blad heeft veel weg van de gewone hazelaar. In de herfst kleurt het blad helder geel. Toverhazelaars kunnen zowel alleenstaaand als in groep aangeplant worden. Erg mooi is een hamamelis in een groep winterbloeiende heide.

Grond
De grond onder een toverhazelaar mag niet te arm zijn en goed ontwaterd. Op een humusrijke bodem en op niet te zware grond zal de heester het best groeien en het mooist bloeien. Verbeter de grond met bladaarde, verteerd stalmest of compost.

Snoeien is echt niet nodig. Je kan eventueel wat bijknippen na de bloei om de vorm wat compacter te maken. De meeste toverhazelaars worden geënt op een wildeling en dat betekent dat je onderaan de plant soms wilde, steil opgroeiende scheuten krijgt. Die worden zo diep mogelijk weggesnoeid om te voorkomen dat de plant verwildert.
Net als de forsythia en Japanse sierkwee kan je de takken knippen om binnenshuis bloei te forceren. Knip niet zomaar in het wilde weg en hou het takkengestel in evenwicht.

Soorten
Eén van de mooiste soorten is hamamelis ‘Jelena’, naar barones Jelena de Belder die samen met haar man het Arboretum van Kalmthout uitbouwde tot één van de mooiste plantencollecties van Europa. De struik is breedgroeiend met koperkleurige oranje bloemen. De herfstkleur van het blad is geelrood.

De soort ‘ Arnold Promise’ bloeit vrij laat met lichtgele bloemen, de groei is eerder opgaand. Bijna identiek is de soort ‘ Diane’, maar dan in het roodpaars. De variëteit ‘ Moonlight’ heeft grote lichtgele bloemen, ‘ Ruby Glow’ bloeit ietwat merkwaardig met dof bruinrode bloemen en heeft een rode herfstkleur.

14:54 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Vogelbekdier

Vogelbekdier
 

 

Dit is toch wel één van de vreemdste diersoorten die je op aarde kunt terugvinden. Dit merkwaardige dier heeft immers wel iets van drie andere bekende dieren: de snavel van een eend, het lijf van een otter en de staart van een bever. 
Een vogelbekdier is vooral terug te vinden in de rivieren van Australië. Hij is zo'n 60 cm lang, weegt 1 à 2 kilogram en kan tot 17 jaar oud worden.


Levensloop

Omdat een vogelbekdier behoort tot de groep van de snaveldieren, wil dit zeggen dat het dier eieren legt, wat toch merkwaardig is voor een zoogdier. Van de 4237 verschillende soorten zoogdieren zijn de miereneter en het vogelbekdier de enige die eieren leggen zoals een vogel. Eenmaal wanneer de jongen uit het ei zijn, worden ze gezoogd.

In de paartijd slapen mannetje en vrouwtje apart: het vrouwtje nestelt zich in een privé-hol, waar ze zal baren en haar jongen zal grootbrengen.
De eieren, die ze legt, mogen niet uitdrogen. Daarom is het belangrijk dat er natte bladeren worden aangebracht, om de eieren mee te bedekken.
Om zich te beschermen tegen eventuele 'rovers', maakt ze verschillende barrières in de tunnel naar haar hol. Ze maakt om elke meter een aardwal, van zo'n 15 cm hoog, die ze stevig aanklopt met de staart. Wanneer er een indringer is, zal hij op de eerste afscheiding stuiten en die proberen te doorbreken, maar na enkele afscheidingen laat hij de moed zakken en druipt dan maar af. Weet dat een tunnel wel 33 meter lang kan zijn!

Een vogelbekdier legt meestal 2 à 3 eieren, die rubberachtig aanvoelen, net zoals bij reptielen. Die worden warm gehouden door het wollige lijf van het vrouwtje. Als de jongen een dag of 10 oudp zijn, is het tijd om uit het ei te komen. Al die tijd eet de moeder niet en heeft ze de opdracht om het hol vochtig te houden, wat uiteraard niet gemakkelijk is.
Een pasgeboren jong is uiteindelijk niet veel groter dan de nagel van je vinger. De kleintjes beginnen al gauw de melk op te likken, die uit de vacht komt. Een vogelbekdier heeft namelijk geen tepels: de melk komt dus gewoon uit de poriën.
Na 16 weken kunnen de jongen zwemmen en zelf op zoek gaan naar voedsel. De moeder zal hen echter toch nog zes weken zogen.

Woonplaats

Een vogelbekdier woont in holen die hij graaft, in de oevers van rivieren of meren. De tunnels liggen steeds boven de waterspiegel.
Het graven is een merkwaardig fenomeen, daar al zijn poten vliezen hebben, die voorbij zijn tenen reiken waardoor hij onder water trouwens enorm snel vooruit komt. Het lijken wel roeispanen! Uiteraard is dit op het land vrij ongemakkelijk, ware het niet dat hij zijn vliezen kan vouwen onder zijn poten, waardoor bv. de klauwen vrijkomen om zo te kunnen graven.

Voedsel

Een vogelbekdier is een vraatzuchtig dier. Er zijn weinig andere diersoorten, die zo gulzig zijn. Om dit aan te tonen, moet je jezelf maar eens inbeelden, dat je in één nacht zoveel eten wegwerkt, als je zelf weegt! Hij voedt zich voornamelijk met dierlijk voedsel, waardoor hij één van de best doorvoede diersoorten ter wereld is. Behalve wormen en kikkers, eten deze snaveldieren ook kreeftjes, garnalen, kikkerdril, waterinsecten, waterslakken, ...

14:03 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-01-06

Foto van de avond

 

Landleguaan

21:39 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

korenwolf

De Korenwolf

 

korenwolf

De Korenwolf is een veldhamster.

Hij komt het meest voor in Zuid-Limburg.

Hij heet in het Limburgs korenwoof. Dat koren slaat op zijn eten en woof is een bijnaam voor iemand die erg inhalig is. Het dier kan tot een halve kilo zwaar worden en is dus veel groter dan de hamsters die in de dierenwinkel verkocht worden. Uiterlijk is de korenwolf op het eerste oog vrij lomp,met een staartje van ongeveer 5 centimeter lang en een totale lengte van maximaal 30 centimeter. Het dier word bijna nooit gezien omdat hij vooral `s nachts rondloopt. Maar als je hem ooit tegen komt dan herken je hem aan zijn oranjebruine vacht met witte vlekken bij hals en kop. Zijn poten zijn ook wit en zijn buik zwart. Hamsters hobbelen wat heen en weer en staan vaak stil om even om zich heen te kijken. De korenwolf wordt beschermd omdat hij anders uitsterft. En hij word bedreigd omdat zijn leefgebied heel klein is. We moeten zijn leefgebied schoon houden,en er moeten geen huizen gebouwd  worden.

18:43 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Superkameel ontvoerd voor sperma

Superkameel ontvoerd voor sperma

Snelste kameel ontvoerd voor sperma.
De politie heeft de duurste en snelste kameel van Saoedi-Arabië bevrijd. De ontvoerders wilden niet betalen voor het sperma van het dier en besloten dan maar om het te stelen. Net voor ze de kameel tot paren wilden dwingen, kon de politie ingrijpen. De superkameel is 1,1 miljoen euro waard en zijn sperma kost 1.300 euro per staal, weet Arab News.

17:19 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

 Bosuil

Bosuil
ORDE:
Uilen

FAMILIE:
Uilen s.s.

GESLACHT & SOORT
Strix aluco

Hoewel de bosuil een nachtvogel is en daardoor overdag vaak onzichtbaar, kennen de meeste mensen hem door zijn karakteristieke oehoe-geluid.

De bosuil is in heel Europa bekend; de kleur van zijn verendek varieert van grijs tot roodbruin. Als behendige jager zweeft hij geluidloos naar zijn prooi toe, maar hij kan ook een vleermuis in de vlucht vangen.
Leefomgeving
In Midden-Europa treft men de bosuil vooral in de loof- en gemengde bossen aan omdat ze daar voldoende oude boomholten aantreffen om hun nest te bouwen. Men ziet ze weleens in parken, kerkhoven en zelfs in de stad waar hij soms op het dak van een huis zit.

In naaldbossen komt de bosuil hoogstens aan de rand voor. Middenin de donkere bossen is er zowel te weinig aanbod van prooidieren, als van geschikte boomholten om een nest te maken. Het lijkt erop dat een bosuil het liefst heeft dat er open vlakten en water in zijn buurt zijn.

Voedsel en jacht
De bosuil is een echt nachtdier en jaagt het liefst 's nachts. Zijn techniek bestaat uit het doodstil observeren van zijn omgeving vanuit een uitkijkpost, om zich dan trefzeker op zijn prooi te storten. Zijn vleugels maken daarbij geen geluid dankzij de zachte veren en de getande punten aan de eerste slagpennen.

Het gehoor van een bosuil is zo goed, dat hij zijn buit zelfs in het pikkedonker weet te lokaliseren.

Hij voedt zich met allerlei soorten kleine dieren, afhankelijk van het aanbod in zijn leefgebied. In de bossen zijn dat vooral kleine zoogdieren, vogels, wormen en kevers.

In bewoonde gebieden jagen bosuilen eerder op kleine vogels.
Voortplanting
Bosuilen paren in de herfst en een paartje blijft een leven lang samen. Het wijfje kiest de nestplaats, meestal in een boomholte van een oude boom. Er worden ook wel leegstaande nesten van andere roofvogels of spleten in muren en rotsen genomen. Het mannetje laat als territoriumroep een korte 'oe' horen, gevolgd door een vibrerend 'oe-oehoe-hoehoehoe'.

Het wijfje broedt de 2-5 eieren alleen uit. Ze begint direct na het leggen, wat betekent dat de jongen met enige afstand van elkaar uit het ei komen. De moeder neemt de jongen onder haar vleugels, terwijl de vader voedsel komt brengen.
De jongen verlaten na ongeveer vijf weken het nest. Ze worden dan nog wel door hun ouders bijgevoerd tot ze circa 2-3 maanden oud zijn. Tenslotte worden ze uit de nestomgeving verdreven en moeten ze een eigen territorium zoeken.

Veldwaarnemingen
Soms laten bosuilen zich verleiden om in nestkasten in een bos met maar weinig oude bomen te gaan nestelen. Deze nestkasten moeten aan de voorkant een grote opening hebben, bovendien een diepte van 75 cm, en een grondoppervlak van ongeveer 20 x 20 cm. De nestkasten moeten hoog tegen eeen boomstam en niet in de felle zon gehangen worden.
Als de jongen het nest verlaten, houden ze zich vaak nog op de takken in de buurt van het nest verstopt tot ze goed genoeg kunnen vliegen. In die periode vindt men ze ook weleens op de grond. Het beste is dan ook om de jonge dieren op een boomtak in de buurt terug te zetten waar ze veilig zijn voor katten, honden en andere roofdieren.

Korte feitjes
· Bosuilen hebben in hun geluidsrepertoire niet alleen het bekende 'oehoe'-geroep (territoriumroep), maar ook een luide roep die lijkt op 'kloewiek', die typisch is voor het vrouwtje en verder nog een zacht vibrerende roller en een bijna blaffend 'wet-wet-wet'.

· Bosuilen slaan soms met veel lawaai van hun vleugels boven boomkruinen of kreupelhout om vogels en kleine zoogdieren op te schrikken en uit hun schuilplaatsen te verjagen.

· De sterfte onder de jonge uilen is erg hoog, omdat de dieren nog nauwelijks zelfstandig zijn als ze een eigen territorium moeten zoeken. Als alle buurgebieden al bezet zijn, kunnen de jongen niet op jacht en lijden dan ontzettend veel honger.
· Bosuilen spugen net als alle uilen uileballen uit, die bestaan uit de onverteerbare delen van hun prooidieren, zoals botjes, vel en veertjes.

- - -

AFMETINGEN
Lengte: 37-39 cm
Gewicht: 360-650 gram
Vleugelspanwijdte: 94-104 cm

VOORTPLANTING
Geslachtsrijp: met 1-2 jaar
Broedtijd: maart tot mei
Legsel: 2-5 witte eieren
Broedduur: 28-30 dagen
Nestverblijf: 32-37 dagen

LEEFWIJZE
Gedrag: meestal nogal honkvast; normaal gesproken monogaam
Voedsel: kleine zoogdieren, vogels, amfibieen, wormen en kevers
Levensverwachting: de oudst bekende wilde vogel werd 18 jaar oud

VERWANTE SOORTEN
Er zijn in Europa twee nauw verwante soorten, de Laplanduil (Strix nebulosa) en de Oeraluil (Strix uralensis). Beide zijn groter dan de bosuil.

Verspreidingsgebied van de bosuil

VERSPREIDING
In Europa behalve Noord-Scandinavie, in delen van Noord-Afrika, in het Westen van Rusland, in Afghanistan en China.

SOORTBESCHERMING
In het grootste deel van zijn verspreidingsgebied en ook bij ons komt de bosuil nog regelmatig voor. Aangezien hij jacht maakt op kleinere uilen, vormt hij zelf juist een bedreiging in de gebieden waar bijvoorbeeld de dwerguil voorkomt.

17:07 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Foto van de dag

 

Landschilpad

15:24 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

 Alaskawolf

Alaskawolf
ORDE:
Roofdieren

FAMILIE:
Hondachtigen

GESLACHT & SOORT
Canis lupus tundrorum

De prachtige Alaskawolf leeft in de stille uitgestrektheid van de schrale poolgebieden, waar het land elk jaar vijf maanden in duisternis gehuld is. Hier maakt hij op bijna elk ander dier jacht.

De Alaskawolf kan jaren in leven blijven bij temperaturen onder het vriespunt, maanden in duisternis en weken zonder voedsel. Hij leeft in één van de weinige gebieden op aarde waar hij van de mens niets te vrezen heeft.
Leefomgeving
Alaskawolven leven in de onherbergzaamste streken op aarde. In april komt de temperatuur zelden boven -30°C uit. De voortdurend over de ijzige vlakten fluitende wind voelt aan als -l00°C. De aarde is tot op enkele centimeters beneden het oppervlak constant bevroren, zodat alleen oppervlakkig wortelende planten kunnen overleven.

Slechts weinig zoogdieren redden het onder zulke omstandigheden. Lemmingen en sneeuwhazen zijn het talrijkst, maar een roedel wolven heeft zo af en toe grotere prooidieren nodig om te overleven. Muskusossen en kariboes zijn een betere maar schaarsere prooi. Daarom heeft een roedel wolven noodgedwongen een gebied van zo'n 2000 vierkante kilometer als jachtgebied nodig.
In de winter daalt de temperatuur. Kleine dieren zoeken de warmte op onder de grond. Aangezien de kariboes naar het zuiden trekken om voedsel te zoeken, volgen de wolven de kuddes.
Voortplanting
In de herfst en winter blijft de roedel zwerven. Na de paring in maart verlaat het drachtige vrouwtje de roedel om een eigen onderkomen te zoeken. Vaak graaft ze een nieuw hol, maar als de grond bevroren is, is ze meestal gedwongen haar jongen ter wereld te brengen in een reeds bestaand hol of een rotsspleet.
De jongen worden blind geboren. Ze zijn volledig van de moeder afhankelijk.

Na ongeveer een maand kunnen de jonge wolven vlees eten. Vanaf dit moment verdeelt de roedel het vlees onderling. Zij vreten zich aan de prooi volkomen vol en braken het voedsel weer uit voor de jongen zodra ze bij het hol terug zijn.

Als er voldoende voedsel is, zijn de jongen rond de langste dag van het jaar in staat met de roedel mee te gaan.

Voedsel en jacht
Volgroeide kariboes en muskusossen zijn veel te sterk om door een wolf in zijn eentje bejaagd te worden. Op een grote prooi jagen wolven daarom altijd met de hele roedel.

In de open toendra is maar zelden genoeg dekking voor een verrassingsaanval; als een roedel wolven een kudde muskusossen inhaalt, hebben deze zich meestal al in een verdedigingskring opgesteld.

Bij zo'n formatie zijn de wolven niet opgewassen tegen de hooms en hoeven van de muskusossen. Daarom begint de roedel een soort zenuwoorlog met de bedoeling de kring open te breken.

De wolven beginnen heen en weer te lopen en dwingen zo de ossen steeds van positie te veranderen om hun belagers in het oog te houden. Vaak lukt de taktiek niet, maar als de wolven geluk hebben, gaan de ossen uit nervositeit uit elkaar. Ogenblikkelijk zetten de wolven dan de achtervolging in, waarbij ze proberen jonge of zwakke dieren van de kudde weg te drijven. Heeft een wolf zijn prooi te pakken, dan schieten de andere te hulp en sleuren zij hem met vereende krachten tegen de grond.
Leefwijze
Gewoonlijk leven wolven in kleine roedels. Het zijn meestal kleine familiegemeenschappen die bestaan uit een koppel, hun jongen en hun oudere nakomelingen die nog niet gepaard hebben.

De roedel wordt aangevoerd door de reu met de hoogste rang, het Alfa-mannetje. Zijn teef, het Alfa-vrouwtje, staat praktisch op gelijke hoogte. De overige leden van de roedel onderwerpen zich aan hen en stellen onderling de rangorde vast. Evenals bij het voeden en opvoeden van de jongen werken de volwassen dieren bij de jacht allemaal samen.

Eenzaam rondzwervende wolven zijn meestal jonge dieren die hun roedel verlaten hebben op zoek naar een territorium. Zodra zo'n eenzame wolf een onbezet gebied gevonden heeft, markeert hij het met zijn urine en uitwerpselen om zijn aanspraak erop te laten gelden.

Korte feitjes:
· Op jacht is de kans dat de wolf wat vangt minder dan 10%.

· Wolven hebben soms dagen lang niets te eten. Hebben ze een prooi dan kunnen ze wel 10 kg in één keer verorberen.

· Ze huilen om andere roedels te laten weten dat ze er zijn. Ze proberen op deze manier bij elkaar uit de buurt te blijven om het niet tot een onvermijdelijk bloedig gevecht te laten komen.

· In het poolgebied is zo weinig voedsel te vinden, dat de wolf niets laat liggen. Een sneeuwhaas eet hij op met huid en haar.

· Vaak treden één of twee jongere wolven binnen de roedel op als 'babysit' en spelen met de kleintjes als de moeder op jacht is.

- - -

AFMETINGEN
Lengte: kop plus lichaam 100-150 cm
Grootte: schouderhoogte 65-80 cm
Gewicht: tot 80 kg, vrouwtje minder

VOORTPLANTING
Geslachtsrijp: mannetje met 3, vrouwtje met 2 jaar
Paartijd: maart
Draagtijd: 61-63 dagen
Aantal jongen: 4-5

LEEFWIJZE
Gedrag: leeft in familiegroepen tot 30 dieren, meestal echter 7-10 dieren
Geluid: huilen
Voeding: sneeuwhazen, muskusossen, kariboes en lemmingen
Levensverwachting: ± 7 jaar

VERWANTE SOORTEN
De Alaskawolf is de noordelijkst levende ondersoort van de grijze wolf. Andere zijn de Mackenzie-Boswolf, de Europese wolf, de Japanse wolf en de rode wolf.

Verspreidingsgebied van de Alaskawolf

VERSPREIDING
In het hele arctische gebied met uitzondering van grote aaneen gesloten ijsvlakten en ijsschollen.

SOORTBESCHERMING
Alle wolvenrassen zijn in de loop van de geschiedenis genadeloos vervolgd. Als ondersoort is de Alaskawolf nog de enige die in zijn hele oorspronkelijke verspreidingsgebied te vinden is, omdat hier slechts zelden mensen komen.

13:52 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Reuzenschildpad

Laatste kans voor reuzenschildpad

Alle hoop van een ondersoort van de reuzenschildpaddenen, de Geochelone elephantopus abingdoni, die alleen op het Galapagos eiland Pinto leefden, is gevestigd op Lonesome George. Deze is namelijk het laatste levende exemplaar van deze soort ter wereld.

In de 19e eeuw werden de schildpadden gebruikt als voedselbron door walvisjagers en andere zeevaarders, omdat ze meer dan een jaar in gevangenschap konden leven zonder dat ze voedsel of drinken nodig hadden. In de jaren vijftig van deze eeuw werden er geiten op Pinta uitgezet die met de schildpadden concureerden voor voedsel. Door deze oorzaken waren de dieren bijna uitgestorven.

In 1971 werd er een exemplaar gevonden, dat George werd genoemd. Hij leeft nu in het Charles Darwin Research Station, en is waarschijnlijk de laatste van zijn soort. Onderzoekers proberen George er nu toe te brengen te paren met vrouwtjes van een gerelateerde soort. Tot nu toe hebben zij geen succes geboekt.

So far they´ve had no luck. Since entering captivity, George has not produced any young. It is hard to say if he is even interested in trying, said Erica Buck of the Charles Darwin Foundation.

"They call him Lonesome George for a reason," said Buck. "He is in his corral with two other female tortoises, but he doesn´t really show any interest in them. He mostly hangs out by himself."
De onderzoekers zijn niet van plan het op te geven. Hoewel George al zo´n 80 jaar oud is kunnen schildpadden van zijn soort 150 tot 200 jaar oud worden. Er is dus nog tijd om hem zover te krijgen dat hij nageslacht krijgt. Mocht alles falen, dan wil men proberen uit zijn genetisch materiaal een vrouwtje te klonen, maar dat is een laatste redmiddel.

09:53 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

sprinkhaan

Sprinkhaan wordt sociaal als je tegen zijn been schopt.
SprinkhaanSprinkhanen zijn berucht om de gigantische zwermen die ze kunnen vormen. Deze zwermen kunnen binnen een paar uur hele oogsten vernietigen. Toch is de sprinkhaan normaal gesproken een solitair levend organisme dat andere sprinkhanen uit de weg gaat in plaats van ze op te zoeken.

Als er echter in een gebied teveel sprinkhanen rondlopen, ontstaat binnen een paar uur een gigantische zwerm. Tot nu toe was onbekend hoe de sprinkhanen aangezet worden tot het zwermgedrag. Het enige dat men wist was dat ze het gaan doen als het erg druk is in een bepaald gebied. Onderzoekers uit Oxford hebben dit nu uitgezocht. Hun hypothese was dat de dieren gaan zwermen als ze veel aangeraakt worden door soortgenoten. Zij hebben met behulp van sprinkhanen die in gevangenschap gehouden werden, uitgezocht waar de sprinkhanen aangeraakt moeten worden om zwermgedrag te veroorzaken. Het bleek dat alleen het aanraken van de achterste poten van de sprinkhaan effect had.

De sprinkhaan zelf zal de achterste poten niet zo snel aanraken als hij zich voedt of schoonmaakt of gewoon bij het lopen. Als in een gebied echter veel sprinkhanen door elkaar lopen, zullen ze elkaars achterbenen regelmatig raken. Dit is dan voor de sprinkhanen een signaal om op te stijgen en als groep te verhuizen. Deze resultaten verklaren ook waarom sprinkhanen die in een dichte vegetatie leven, sneller zullen uitzwermen dan sprinkhanen die in een open gebied leven. De eersten hebben minder ruimte tot hun beschikking en zullen elkaar dus vaker aanraken.

To discern which part of the locust´s body holds the key to transformation, researchers at the University of Oxford stimulated various body regions of 170 locusts that had been raised in isolation. After the four-hour treatment period, each insect was placed in an observation arena—one end of which contained a group of gregarious locusts behind a clear partition—and their behavior was recorded. The team found that only stroking the locust´s back leg evoked a statistically significant behavioral shift.

09:00 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-01-06

Geurtje voor de vlieg

Geurtje voor de vlieg
Rottend vlees, mest en andere ontbindende substanties, voor ons stinken ze verschrikkelijk, maar vliegen worden erdoor aangetrokken. Groningse onderzoekers hebben nu gekeken hoe de "neus" van de huisvlieg op zulke geuren reageert. Daarmee hopen ze een bijdrage te leveren aan betere vliegenvallen in de toekomst.

De huisvlieg neemt geuren waar met speciale cellen in de reukharen. Als geurmoleculen aan de reukcel binden, ontstaan stroompulsjes naar het brein. Een elektrode die tegen de basis van de reukhaar is geplaatst kan de stroompjes meten en zo de reactie van een reukcel op een geurstimulus bepalen. Het STW-onderzoek toont aan dat de meeste reukcellen reageren op verscheidene geuren. Er zijn slechts enkele gespecialiseerde reukcellen die één geur onderscheiden.
De stoffen octeen-3-ol, een stof aanwezig in vlees en 3-methylfenol uit kippenmest bleken een aangename geuren voor de vliegen te zijn, maar de onderzoekers hebben ook enkele minder voorspelbare stoffen gevonden.

Vliegenvallen moeten bijvoorbeeld in stallen gebruikt kunnen worden. Daar zijn behoorlijk wat achtergrondgeuren aanwezig. De vliegen bleken zich daar echter weinig van aan te trekken.

Gedragsproeven moeten nog uitwijzen of deze stoffen echt geschikt zijn voor betere vliegenvallen.

22:26 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

beterschaps tijger

21:23 Gepost door human | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Hamsterrat als mijnenveger

Hamsterrat als mijnenveger
De Hamsterrat, Cricetomys gambianus Wereldwijd blijven landmijnen een groot probleem. Ondanks vele jaren van intensief zoeken zijn er nog steeds geen goede methoden om landmijnen op te sporen.

Metaaldetectoren bijvoorbeeld zijn duur en hebben het grote nadeel dat ze naast landmijnen ook nog zeer veel andere objecten vinden, de grond zit namelijk meestal vol met metaal. Moderne infraroodtechnologie, die gebruik maakt van het feit dat mijnen ´s ochtends sneller opwarmen dan de rest van de grond, biedt soms uitkomst, maar in een dichtbegroeid gebied is deze techniek helaas tamelijk nutteloos.

Professor Ron Verhagen, verbonden aan de Universiteit van Antwerpen, heeft nu een nieuw wapen gevonden in de strijd tegen landmijnen, de Afrikaanse hamsterrat Cricetomys gambianus, welke hij wil inzetten als ´mijnenveger´ "De hamsterrat is zo licht dat de mijn niet ontploft als ze erop gaat zitten. Met haar lengte van 75 centimeter kan je haar van een afstandje nog goed in de gaten houden. Het dier ruikt de TNT (Trinitrotolueen, een bestanddeel van veel soorten explosieven) van de landmijnen al op honderden meters afstand."

Om te beginnen trainde hij de ratten zodat ze azijn konden herkennen, azijn heeft een sterke en specifieke geur, en is daar dus goed geschikt voor. "We zetten ze een leeg potje en een potje gevuld met azijn voor. Als ze op het met azijn gevulde potje afgingen en daar lang genoeg bleven zitten, kregen ze een beloning. Uiteindelijk moesten de ratten in een grote zandbak, gevuld met meerdere voorwerpen, het object zien te vinden dat TNT bevatte."

De dieren werden eerst in Antwerpen getraind, waarna de training in Tanzania verder ging. Daar heeft Verhagen met hulp van het Tanzaniaanse leger een proefmijnenveld aangelegd. "Doordat we precies weten waar de verschillende mijnen liggen, kunnen we de prestaties van de ratten goed beoordelen."

Of de dieren het in het echt net zo goed doen als in Antwerpen moet nog blijken. Verhagen heeft wel vast een octrooi op het reukvermogen van de diertjes aangevraagd.

21:18 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |