24-01-06

Kangoeroe

Een buidel op de buik

Van oorsprong zijn alle zoogdieren uit Australië buideldieren. De vrouwtjes hebben een buidel op hun buik waarin de jongen goed beschermd zijn. De kangoeroe is het meest bekend. In groepjes springen deze planteneters over de open vlakten of tussen de bomen van het droge Australische landschap. Op andere werelddelen grazen hoefdieren over de vlakten, maar in Australië is het gras voor de kangoeroe. Als het moet, kunnen ze wekenlang zonder water. In de planten zit voldoende vocht om droge tijden te overbruggen.

In Australië leven de buideldieren

Sprongen van twee meter hoog

Een kangoeroe loopt niet; hij springt. Als hij zich langzaam voortbeweegt -bijvoorbeeld als hij eet- zet hij eerst de korte voorpootjes vóór zich op de grond. Daarna zwaait hij met een sprongetje de twee achterpoten tegelijkertijd naar voren. Wil hij snelheid maken, dan doen de voorpoten even niet mee. Dan maakt hij met zijn grote, sterke achterpoten sprongen van wel twee meter hoog en acht meter ver! Hij bereikt een snelheid van 40 kilometer, en op korte stukjes zelfs meer dan 80 km per uur
. Met de dikke gespierde staart kan hij sturen en zijn evenwicht bewaren.


boomkangoeroe

Vroeger leefde de boomkangoeroe ook in Artis

Op de vlakte of in de boom


Van de 50 soorten kangoeroes zijn de rode en de grijze reuzenkangoeroe het grootst. De mannetjes wegen soms 90 kilo en als ze op hun achterpoten staan, zijn ze langer dan een mens. In Artis leeft de wallabie. Hij hoort bij de kleintjes onder de kangoeroes. Hij komt niet alleen voor in Australië zelf, maar leeft ook op verschillende grote en kleine eilanden in de buurt. En dan is bestaat er nog de boomkangoeroe. Hij bewoont niet de open vlakten, maar in de dichtbegroeide tropische regenwouden. Daar klimt hij in bomen, om bladeren te eten. Hij heeft sterke voorpoten met klauwen waarmee hij zich goed aan de takken kan vasthouden.

Net als een koe


Omdat het overdag zo heet is, rusten kangoeroe's het liefst op schaduwrijke plekken. Ze kunnen niet zweten, dus om af te koelen hijgen ze soms zodat het speeksel uit hun mond verdampt. Dat zie je honden ook vaak doen. Kangoeroe's grazen meestal 's nachts. Gras is moeilijk te verteren. Daarom is de maag verdeeld in vier kamers waarvan de sappen op verschillende wijze op het voedsel inwerken. Net als bij koeien en andere herkauwers. Sterker nog, kangoeroes herkauwen ook een beetje. Af en toe komt het ingeslikte voedsel uit de maag weer omhoog. Ze slikken het dan weer direct door.

Vechtersbazen


Kangoeroes hebben weinig vijanden. Kleintjes lopen kans door pythons te worden gegrepen. De grote kunnen in gevecht komen met dingo's: de verwilderde honden van Australië. De kangoeroe probeert de vijand met de voorpoten te grijpen om vervolgens met de achterpoten rake klappen uit te delen. Op die manier vechten mannetjes ook met elkaar. Mensen vormen het grootste gevaar. Zij jagen op de kangoeroe omdat de dieren het gras van de schapen eten. Kangoeroe-vlees wordt ingeblikt als katten- en hondenvoer. Sommige soorten worden vervolgd vanwege de mooie vacht.

Als een boontje zo klein


Een pasgeboren kangoeroe is als een boontje zo klein. De kleine is kaal en roze, en weegt nauwelijks één gram. Ogen en oren zijn nog niet gevormd, en het staartje is nog maar kort. Alleen de voorpootjes en de neus zijn goed ontwikkeld. Meteen na de geboorte
grijpt het beestje met zijn sterke pootjes de vacht van de moeder vast en klautert naar boven, over de buik van zijn moeder. Hij ruikt de geur uit haar buidel. Na een paar minuten is hij bij de opening aangeland, en kruipt hij naar binnen. Van tevoren heeft moeder het pad naar boven en de buidel netjes schoongelikt.

Warm en veilig


In de buidel is het warm en veilig. De kleine kangoeroe vindt er vier tepels. Aan één daarvan zuigt hij zich vast. Die tepel wordt een stuk groter en voorlopig zal hij hem niet meer loslaten. De melk is waterig. Hij groeit en groeit. De oogjes gaan open en de haren gaan groeien. Hoe groter hij wordt, hoe vetter de melk is die uit moeders tepel komt. Is hij groot genoeg, dan steekt hij soms zijn kopje uit de buidel. Na bijna een jaar komt hij voor het eerst naar buiten. Hij springt naast zijn moeder over de vlakte. Als hij moe is gaat hij weer de buidel in.
wallabie

Hij past niet meer in de buidel! Het grote jong drinkt nog steeds bij de moeder

18:33 Gepost door human | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.